Het Break Even Point: een winstgevende formule?

Als ondernemer wil je met je bedrijf in je eigen inkomsten kunnen voorzien. Om dat te kunnen doen zal je winst moeten maken. En dat gaat alleen wanneer je opbrengsten hoger zijn dan je kosten.

Met andere woorden: je verkoopprijs moet hoger liggen dan je kostprijs.

Maar wat zit er precies in je kostprijs? Heeft het aantal producten dat je verkoopt hier ook nog invloed op? En welke verkoopprijs moet je dan hanteren?

In dit artikel ga ik in op deze 3 vragen. Tenslotte laat ik je zien hoe dit allemaal samen komt in het Break Even Point. Het punt waarop je geen winst én geen verlies draait. Je absolute nulpunt.

Wat zit er precies in je kostprijs?

De kostprijs bevat alle kosten die je moet maken om jouw product te kunnen verkopen.

Hier valt dus de inkoopprijs onder maar ook andere kosten zoals marketing, huisvesting, energie, machines, vervoersmiddelen, enzovoorts. Alle kosten die jij als bedrijf maakt om je producten te kunnen verkopen horen onder de kostprijs.

Maar niet alle kosten horen bij hetzelfde product, je mag zelf kiezen hoe je hiermee om wilt gaan. Je kan besluiten om alle kosten gelijkmatig over de verschillende producten te verdelen, 1 product een groter aandeel geven of nog een andere manier te gebruiken. Hier zijn geen vaste regels voor, je kan dit doen zoals het voor jou het beste is.

Waar je wel op moet letten is dat je alle kosten meeneemt. Zodat je zeker weet dat je kostprijs alle kosten dekt. Alles wat je niet meeneemt in je kostprijsberekening verlaagt je uiteindelijke winstmarge.

Vaste en variabele kosten

Je hebt 2 soorten kosten: vaste kosten en variabele kosten.

Vaste kosten zijn de kosten die je hebt ongeacht het aantal producten dat je in/verkoopt. Dit zijn zaken zoals huurlasten, verzekeringen, marketing. Bij vaste kosten is het vaak lastig om ze aan 1 product of productsoort te koppelen. Het zijn kosten die je hebt ongeacht welk product je verkoopt of hoeveel je er verkoopt.

De totale vaste kosten zijn niet afhankelijk van het aantal producten dat je in/verkoopt.

Variabele kosten zijn kosten waarbij de hoogte afhangt van de hoeveelheden die je in/verkoopt. Voorbeelden hiervan zijn inkoopprijs, verzendkosten, verpakkingskosten. Variabele kosten zijn vaak heel goed te koppelen aan 1 product of productsoort. Zo weet je meestal precies wat de exacte inkoopprijs van een product is.

De totale variabele kosten zijn dus wel afhankelijk van het aantal producten dat je in/verkoopt.

Je kostprijs per product bepalen

Om de kostprijs per product te bepalen zal je voor beide kostensoorten moeten bepalen wat de kosten per product zijn. Voor variabele kosten is dat meestal wel duidelijk; dat is de prijs per eenheid die je moet betalen.

Voor vaste kosten is dit wat lastiger; want hoe bepaal je welk deel van je vaste kosten je aan welk product koppelt?

Stel je hebt 5 producten in je assortiment; verdeel je dan je kosten evenredig, dus ieder product 20% van de vaste kosten of ga je dit gedetailleerder opsplitsen? Hier valt geen eenduidig antwoord op te geven. Het is namelijk heel erg afhankelijk van de situatie en wat jouw voorkeur heeft. Je kan dit dus doen zoals het voor jou logisch is.

1 ding wat je hierbij wel in de gaten moet houden is dat je alle vaste kosten verdeelt, dus 100% van de kosten. Zoals eerder al gezegd: doe je dit niet, dan wordt je winstmarge kleiner. De kosten moeten namelijk gedekt worden; komt het niet uit de kostprijs dan komt het uit de winstmarge.

De invloed van het aantal producten op je kostprijs

Variabele kosten per product blijven gelijk ongeacht het aantal producten dat je verkoopt.

Bij vaste kosten is dat niet zo; daar worden de kosten per stuk lager wanneer je meer verkoopt. Je verdeelt deze kosten namelijk over de aantallen producten. En hoe hoger het aantal, hoe lager de stuksprijs:

Stel je hebt €1.000 vaste kosten.

Bij een afzet van 10 stuks zijn de kosten €100 kosten per stuk.

Verkoop je 20 stuks dan dalen de kosten al tot €50 per stuk.

Hoe meer je verkoopt, hoe lager de kosten per stuk zullen zijn bij vaste kosten.

De hoeveelheid producten die je verkoopt hebben dus wel degelijk invloed op je kostprijs, maar dan alleen op het gedeelte dat gaat over de vaste kosten.

Je variabele kosten zullen gelijk blijven of je moet een kwantumkorting kunnen krijgen bij grotere inkoop hoeveelheden.

Welke verkoopprijs moet je hanteren?

Als ondernemer is het je doelstelling om winst te maken. Zonder winst kan je bedrijf namelijk niet overleven. Je verkoopprijs zal er dus voor moeten zorgen dat je deze winst maakt.

Daarom zal je een verkoopprijs moeten hanteren die boven je kostprijs ligt. Deze kostprijs bevat alle kosten die je bedrijf maakt; zowel je vaste als je variabele kosten. Zodra jouw verkoopprijs boven deze kostprijs ligt, maak je winst.

Maar; hoe weet je nou wat je uiteindelijke kostprijs gaat worden? De vaste kosten zijn namelijk afhankelijk van het aantal producten dat je verkoopt.

Je zal daarom een inschatting moeten maken van het aantal producten dat je gaat verkopen. Zodat je weet wat de vaste kosten per product gaan zijn.

Op deze manier kan je bepalen wat je totale kostprijs wordt. Daar tel je je gewenste winstpercentage bij op om zo tot je verkoopprijs te komen.

Uiteraard kan je ook marktonderzoek doen zodat je weet wat je concurrenten vragen. Deze informatie kan je heel goed gebruiken als een vergelijkingspunt van waar je ongeveer uit wil komen met je verkoopprijs. Maar let er wel altijd op dat jouw uiteindelijke verkoopprijs niet onder jouw kostprijs komt te liggen!

Het Break Even Point

Een veelgebruikte formule op dit gebied is het Break Even Point.

Deze formule laat het punt zien waarop jij geen winst én geen verlies draait. Je zogenoemde break even point; het punt waarop je quitte speelt. Dat wordt gedaan door te berekenen hoeveel stuks jij moet verkopen (je afzet) bij een bepaalde verkoopprijs, variabele kosten en vaste kosten.

De formule voor het break even point is als volgt:

Afzet = Vaste kosten / (Verkoopprijs – Variabele kosten)

Je kan deze formule ook op andere manieren formuleren, zodat je kan berekenen wat je minimale verkoopprijs zou moeten zijn of wat je maximale variabele kosten (of inkoopprijs) zou mogen zijn.

Aangezien de vaste kosten daadwerkelijk vast zijn veranderen deze niet. Dit is dus een constante factor in de formule. Voor het break even point geldt dus: zodra jij 2 van de 3 gegevens hebt, kan je de 3e uitrekenen:

  • Je kan uitrekenen wat de aantallen zijn die jij moet verkopen bij een bepaalde verkoopprijs en inkoopprijs.
  • Weet jij hoeveel je gaat verkopen en voor hoeveel jij het inkoopt? Dan kan je bepalen wat je minimale verkoopprijs moet zijn.
  • Weet jij voor welke prijs je gaat verkopen en hoeveel je er gaat verkopen? Dan kan je met deze formule je maximale inkoopprijs berekenen.

Let er wel op dat het break even point je nulpunt berekent; dus het punt waarop je quitte speelt; geen winst én geen verlies. De uitkomsten van deze formules zijn dus altijd minimale (voor verkoop en afzet) en maximale (voor inkoop/variabele kosten) waardes!

Een voorbeeld om de formule in werking te zien:

Stel je hebt de volgende gegevens:

  • Verkoopprijs: €100
  • Inkoopprijs: € 50
  • Overige variabele kosten: € 10
  • Vaste kosten: € 10.000

Het aantal producten dat je dan moet verkopen is:

  • Afzet = Vaste kosten / (Verkoopprijs – Variabele kosten)
  • Afzet = 10.000 / (100 – ( 50 + 10) )
  • Afzet = 10.000 / 40
  • Afzet = 250

Bij een afzet van 250 stuks draai je dus geen winst én geen verlies.

Hieronder zie je de afzonderlijke berekeningen van opbrengsten en kosten waarbij je ook de resultaten met een afzet kleiner en een afzet groter dan 250 stuks ziet:

Je ziet hier dat bij een afzet van 250 stuks de totale opbrengst gelijk is aan de totale kosten, je speelt dus quitte. Worden er minder dan 250 stuks verkocht, dan wordt er verlies gedraaid, bij een afzet hoger dan 250 stuks wordt er winst gedraaid.

Het break even point laat dus zien wat je minimale punt is voor het aantal stuks dat je moet verkopen om quitte te spelen. Alles daarboven levert winst op. Let er wel op dat zodra je gegevens veranderen (bijvoorbeeld je inkoopprijs of je vaste lasten) je break even point ook verandert.

Je kan het break even point ook berekenen voor je minimale verkoopprijs en je maximale inkoopprijs. Je gebruikt dan dezelfde gegevens, alleen wordt de formule iets anders zodat je de gewenste berekening kan maken.

Wil jij ook je break even point berekenen, maar ben je niet zo handig met formules? Dan heb je wellicht iets aan het Break Even Point Template. Met dit template kan jij jouw break even point bepalen voor je minimale verkoopprijs, je maximale inkoopprijs en je minimale afzet. Hier vind je meer informatie over het Break Even Point template.

 

 

Close

Ja, ik wil op de hoogte blijven van nieuwe artikelen en meld mij aan voor de nieuwsbrief.