Hoe snel is jouw geld?

Geld moet rollen.

Geld moet in beweging zijn. Het moet van de ene naar de andere hand gaan om waarde te hebben. Door al die bewegingen komt het geld uiteindelijk weer terug bij het beginpunt; bijvoorbeeld bij jou als ondernemer. Zodat jij de beweging opnieuw in gang kan zetten, door een nieuwe investering te doen of door producten of diensten in te kopen.

Want uiteindelijk zijn het die acties die ervoor zorgen dat jij als ondernemer geld verdiend. Bijvoorbeeld: jij geeft geld uit aan marketing, waardoor klanten jouw product zien en dit gaan kopen. En dan heb jij jouw geld weer terugverdiend, waardoor jij opnieuw kan investeren in marketing of productontwikkeling en je weer een nieuwe cyclus opstart.

 

Het netto werkkapitaal: hoeveel geld heb je beschikbaar?

Het is natuurlijk niet zo dat wanneer jij nu geld uitgeeft, je het meteen weer terug hebt. Daar gaat een heel proces aan vooraf. Hoe lang dat proces duurt, hangt af van verschillende factoren:

  • Jouw betalingsgedrag naar je leveranciers (crediteuren)
  • Het betalingsgedrag van jouw klanten (debiteuren)
  • Je voorraadniveaus.

Deze 3 onderdelen samen bepalen hoe snel jouw geld is:

  • Hoe lang doe jij erover om je leveranciers te betalen? Hoe eerder jij betaalt, hoe eerder je geld weg is.
  • Hoe lang doen jouw klanten erover om jou te betalen? Hoe langer dit duurt, hoe later jij je geld krijgt.
  • Tenslotte wil je nog weten hoe lang jij met je voorraad kan doen: hoe lang duurt het voordat je de hele voorraad verkocht kan hebben? Hoe langer dat duurt, hoe langer je geld vast zit in de voorraad en je het geld dus niet voor iets anders kan gebruiken.

Je kan deze 3 in tijd (dagen) uitdrukken, dat is wat ik je in dit artikel ga uitleggen, maar je kan het ook in bedragen uitdrukken. Dan verreken je je uitstaande crediteuren-, debiteuren- en  voorraadsaldo met elkaar zodat je een bedrag krijgt dat aangeeft hoeveel je op korte termijn beschikbaar hebt om te besteden. Deze 3 samen met je kassaldo (of liquide middelen) vormen het zogenaamde netto werkkapitaal:

Netto werkkapitaal = (Voorraad + debiteuren + liquide middelen) – (crediteuren + overige kortlopende schulden).

Dit is dus het geld dat je op korte termijn beschikbaar kan hebben om je bedrijf draaiende te houden.

Kortlopend is in boekhoudkundige termen alles wat korter is dan 1 jaar. Dus de kortlopende schulden omvatten ook die leningen die binnen 1 jaar moeten zijn terugbetaald.

Met je netto werkkapitaal weet je hoeveel je beschikbaar hebt, maar je weet nog niet hoe lang het duurt voordat je het geld ook echt beschikbaar hebt. 

De Cash Conversion Cycle (CCC): hoe snel is je geld beschikbaar?

Hoe lang duurt het voordat het geld dat jij gebruikt hebt om je inkopen te doen terug is bij jou in de vorm van inkomsten? Hoeveel dagen moet jij zelf met eigen (of geleend) geld financieren?

Dat bepaal je met de zogenaamde Cash Conversion Cycle (CCC). Dit is de periode tussen het moment van inkoop van grondstoffen tot aan de betaling van de verkoopfactuur door jouw klant.

Met andere woorden: de cash conversion cycle is de periode die jij als ondernemer moet financieren. Je hebt voor deze periode namelijk al wel de uitgaven, maar nog geen inkomsten.

Maar hoe lang is die periode en hoe bereken je deze? En wat is nou de ideale periode voor een cash conversion cycle?

De cash conversion cycle bereken je door de doorlooptijden van je voorraden, debiteuren en crediteuren met elkaar te verreken. Hiermee krijg je een totaalbeeld van het hele proces van moment van inkoop tot betaling van de factuur.

 

De ideale voor een cash conversion cycle bestaat niet, maar je kan wel stellen dat hoe korter deze is, hoe beter. 

Ideaal is natuurlijk dat je klanten vooraf betalen en jij pas bij je leverancier gaat bestellen nadat je de betaling van je klant hebt ontvangen. Op die manier heb je namelijk ook geen voorraad nodig. Hoe realistisch dit scenario is in jouw situatie kan alleen jij beoordelen, maar dit kan natuurlijk niet overal:

  • Een fysieke winkel zal producten op voorraad moeten hebben. De klanten betalen weliswaar meteen, maar er moeten vooraf inkopen worden gedaan en er zal een bepaald voorraadniveau moeten zijn om geen “nee” te hoeven verkopen.
  • In geval van op maat gemaakt producten zal je geen tot weinig producten op voorraad hebben, maar je klanten zullen wel een betalingstermijn verwachten of maar een gedeeltelijke vooruitbetaling doen.

Zo zie je dat ieder scenario uniek is en er dus niet 1 juist antwoord te geven is. De ideale cash conversion cycle is niet in een algemeen getal uit te drukken. Wat je wel kan zeggen is dat deze jou in staat moet stellen om je dagelijkse activiteiten uit te voeren zonder dat er onnodig geld vastzit in je bedrijf.

Hoe reken je de Cash Conversion Cycle uit?

En dan is het nu tijd om te gaan rekenen; we gaan de cash conversion cycle bepalen.

De cash conversion cycle laat het aantal dagen zien dat het geld vast zit in je bedrijf. Dit doe je door de verschillende doorlooptijden te bepalen. Een doorlooptijd is het aantal dagen dat nodig is om het hele proces van begin tot eind te doorlopen. In geval van je debiteuren, is dat de verkoopdatum tot aan het moment dat je klant de factuur betaald heeft.

Zoals gezegd zit het geld zit op 3 plaatsen vast in je bedrijf:

  • Je crediteuren: dit geld heb je in feite al uitgegeven, je hebt alleen de factuur nog niet betaald. Dit geld kan je dus niet nog een keer uitgeven. Je berekent de doorlooptijd van je crediteuren als volgt: (crediteuren / kostprijs verkopen) x 365 dagen.
  • Je debiteuren: dit geld moet je nog ontvangen, het is er alleen nu nog niet en dus kan je het nog niet uitgeven. De doorlooptijd van je debiteuren bereken je met de volgende formule: (debiteuren / omzet) x 365 dagenHou er rekening mee dat je de omzet inclusief BTW gebruikt, je debiteurensaldo is namelijk ook inclusief BTW!!
  • Je voorraad: de waarde van je voorraad zit vast in je bedrijf tot het moment dat je voorraad verkocht is. Dit is eigenlijk de tussenstop tussen het moment van goedereninkoop (crediteuren) en goederenverkoop (debiteuren). Je berekent de doorlooptijd van je voorraad als volgt: (voorraad / kostprijs verkopen) x 365 dagen.

Nadat je de doorlooptijden van je crediteuren, debiteuren en voorraad hebt bepaald bereken je de cash conversion cycle als volgt: 

CCC = doorlooptijd voorraad + doorlooptijd debiteuren – doorlooptijd crediteuren

Je weet dan het aantal dagen dat jouw geld er gemiddeld over doet van het moment van product inkoop tot het moment van betaling door jouw klant.

Er leiden meer wegen naar de Cash Conversion Cycle.

Wanneer je op internet gaat zoeken naar de formules die horen bij de cash conversion cycle en doorlooptijden, dan zal je veel varianten tegenkomen. Er is namelijk niet 1 vaste formule die gehanteerd wordt. Er zijn formules die gebruik maken van gemiddelde waardes, van kortere periodes of gedetailleerdere gegevens qua kosten en omzet.

Ik heb gekozen voor de meest eenvoudige variant omdat deze al een heel goed beeld van de doorlooptijden. Hoe ingewikkelder de formule, hoe meer zaken er bij gehaald worden die naar mijn mening niet veel waarde toevoegen en het alleen maar onnodig ingewikkeld maken. 

Wat wel handig is om te weten zijn de meest gangbare termen die gebruikt worden. Deze termen zijn in het Engels en worden vaak ook alleen met de afkorting gebruikt:

  • Doorlooptijd voorraad = Days Inventory Outstanding (DIO)
  • Doorlooptijd debiteuren = Days Sales Outstanding (DSO)
  • Doorlooptijd crediteuren = Days Payable Outstanding (DPO)
  • De CCC formule wordt dan meestal zo weergegeven: CCC = DIO + DSO - DPO

Wat kan je eigenlijk met zo’n cash conversion cycle?

Nu weet je dus wat een cash conversion cycle is en hoe je deze berekend. Maar wat is er eigenlijk de toegevoegde waarde van?

Heel simpel gezegd: de CCC laat zien of jouw geld niet onnodig lang vastzit in jouw bedrijf. En dat wil je weten; want geld dat vastzit kan je niet ergens anders voor gebruiken, dan zal je ergens anders je financiering vandaan moeten halen. 

Een voorbeeld hoe je (de delen van) je CCC kan beoordelen:

Stel: jij verkoopt aan je klanten op factuurbasis en hanteert een betalingstermijn van 30 dagen.

Wanneer de doorlooptijd debiteuren minder is dan 30 dagen, dan wil dat zeggen dat jouw klanten (gemiddeld) binnen die termijn betalen. Het wil dus niet zeggen dat er geen enkele klant te laat betaald. Het laat alleen het gemiddelde betalingsgedrag van jouw klanten zien.

Ligt de doorlooptijd debiteuren echter boven de 30 dagen, dan betalen jouw klanten gemiddeld dus te laat. Ook hier weer moet je in de gaten houden dat het om gemiddeldes gaat; zo kan 1 grote factuur die al heel lang openstaat het aantal dagen debiteuren enorm verhogen. Hou hier dus rekening mee en haal eventueel grote uitschieters uit de bedragen waar je mee rekent om een realistischer berekening te maken.

Op dezelfde manier kan je ook bepalen hoe je ervoor staat met je crediteuren en voorraden. Met deze informatie kan je bepalen of je ergens extra naar moet kijken en of je door bepaalde acties (voorraden verlagen, aanmaningen versturen, crediteuren pas betalen op vervaldatum) je cash conversion cycle zo kort mogelijk kan krijgen.

Op deze manier krijg jij meer geld beschikbaar voor je dagelijkse bedrijfsactiviteiten. Je kan zo dus je eigen bedrijf als het ware (gedeeltelijk) financieren waardoor je wellicht minder externe financiering nodig hebt, wat weer leidt tot lagere kosten en hogere winst.

Wil je nou aan de slag met je cash conversion cycle, maar ben je niet zo handig met formules? Download dan hier mijn gratis cash conversion calculator. Jij vult de gegevens in, de calculator geeft jou de uitkomsten.

 

Close

Ja, ik wil op de hoogte blijven van nieuwe artikelen en meld mij aan voor de nieuwsbrief.